Dichter

Gedichten van Guido Gezelle

24 teksten van Guido Gezelle, uit Laatste verzen, Tijdkrans, Rijmsnoer om en om het jaar, Kerkhofblommen, Bloemlezing uit Guido Gezelle's gedichten. Guido Gezelle overleed in 1899, dus het werk is publiek domein.

Over Guido Gezelle

Vlaams priester-dichter (1830–1899) uit Brugge. Schreef in een rijk, West-Vlaams gekleurd Nederlands over natuur, geloof en vergankelijkheid. Zijn spelling is oud en Vlaams; dat is zo gelaten.

Gebruikte uitgaven

24 teksten

Uitvaart & afscheid
Ik ben een blommeen bloeie voor uwe oogen,geweldig zonnelicht,dat, eeuwig onontaard,mij, nietig schepselken,in 't leven wilt gedoogenen, na dit leven, mijhet eeuwig leven spaart.Ik ben een blommeen doe des morgens open,des avonds toe mijn blad,om beurtelings, nadien,wanneer gij, zonne, zult,heropgestaan, mij nopen,te ontwaken nog eens ofmijn hoofd den slaap te biên.
Uitvaart & afscheid
Is 't mooglijk datgij, reken, die 'knu schrijve, langer levenen verder eensgeraken zultals die u heeft geschreven!Papier, gij leerteen lesse mij,die 't oorbaar is te weten:uw meester, alsge 'r gij nog zijt,zal lange al zijn vergeten!o! Hooger moetik rapen gaanom hope en troost te wervengeen sterven is 't,dat sterven heet:niet heel en zal ik sterven!
Guido GezelleNiet heel en zal ik sterven!, 1893
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Ik moet allichte entwat gaan doen,dat, dravensmoe en drillens,och arme, ik nooit en deed, en datik doen zal, willens nillens.o Heere, staat mij bij, en leertmij, herte en armen open,hetgeen Gij, op uw Kruise deedt,u nadoen, en toch hopen.Toch hopen dat, zoo Gij het grafontreest, ik ook, nadezen,de dood, die Ge overwonnen hebt,zal overwinnend wezen.
Uitvaart & afscheid
De dood is onbermhertig,ze velt al dat er staat;zijt één jaar, zijt er dertig,of honderd: als ze slaat,ge valt, en volgen moet gij;'t en helpt niet, is 't u leedverloren zalft en zoet gij,ge volgt al waar ze u leedt.o Bijster booze zaken,dat ik en weet wanneerde dood mij zal genaken,dien enkelen, eeuwigen keer,'k En weet niet hoe 't geraden,'k en weet niet hoe 't voorzien,'t vervroegen of verspaden:één wete ik, 't zal geschiên!
Guido GezelleDe dood is onbermhertig, 1893
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
‘t En is van uhiernederwaard,geschilderd ofgeschreven,mij, moederken,geen beeltenis,geen beeld van ugebleven.Geen teekening,geen lichtdrukmaal,geen beitelwerkvan steene,‘t en zij dat beeldin mij, dat gijgelaten hebt,alleene.
Uitvaart & afscheid
De jubelkroon,zoo frisch en schoonons om de kruin gewonden,heeft korts de dood,met felheid groot,gebroken en geschonden!Doch neen, ze'n kande kroone vande onsterflijkheid niet schenden,die ons te gaêrzal kroonen, waargeen blijdschap meer zal enden!
Guido GezelleDe jubelkroon, 1858
Bekijk de bron
Uitvaart & afscheid
Zij was de brave vrouwe, erkend van alle lieden;zij sprak: De wille Gods in alles moet geschiedenoprechtelijk, en geen die in heur werken vondhet minste dat het woord heurs herten tegenstond.
Guido GezelleZij was de brave vrouwe, 1858
Bekijk de bron
Troost & condoleance
Als de Ziele luistertspreek 'et al een taal dat leeft,'t lijzigste gefluisterook en taal en teeken heeft:blâren van de boomenkouten met malkaar gezwind,baren in de stroomenklappen luide en welgezind,wind en wee en wolken,wegelen van Gods heiligen voet,talen en vertolken't diep gedoken Woord zoo zoet...als de Ziele luistert!
Guido GezelleAls de ziele luistert, 1909
Bekijk de bron
Troost & condoleance
Het leven is een' krijgsbanier,door goede en kwade dagen,gescheurd, gevlekt, ontvallen schier,kloekmoedig voorwaards dragen.Men tuimelt wel, en wonden krijgtmen dikwijls, dichte en diepe...‘t en vlucht geen weerbaar man, die wijgt,of hem de dood beliepe!Het leven is... geen vrede alhier,geen wapenstilstand vragen:het leven is de Kruisbaniertot in Gods handen dragen!
Troost & condoleance
Verleent me Gij uw' hulpe, o Heer,in 't werken dóór dit leven,op U gesteund, ne wicht te meer,hoe 't storme, en zal ik beven.Ze 'n kunnen, die mij tegenstaan,maar schelden toch, en schermen;'k zie schimpend, ik, hun' ruwheid aan,gerust in uw ontfermen.« Dat God bewaart is wel bewaard, »zoo leerdet Gij mij spreken,o Heere; en, of Ge in slape waart,mijn schipke 'n zal niet breken.Zegt: « Stille! » en, zoo 't, weleer, dit woord,hiet wind en weder zwijgen,zoo zal 't mij, hebbe ik U aan boord,doen 's Hemels haven krijgen.
Troost & condoleance
'k Worde elken dag geboren enik sterve op elken dag;de zonne gaat, en 't leven, mij,in vier-en-twintig stonden,van 't oosten naar het westen, eneen wonderlijk verdraghoudt alles, dat er in mij isen buiten mij, gebonden.
Guido GezelleMortis imago, 1897
Bekijk de bron
Liefde
'k Heb menig menig uur bij ugesleten en genoten,en nooit en heeft een uur met ume een enklen stond verdroten.
Guido GezelleDien avond en die rooze, 1909
Bekijk de bron
Bruiloft & huwelijk
De bruiloftklokke luidt, de kranzen zijn gewonden;komt allen, jonge liên en meiden, toegestroomd,aanhoort den bruiloftzang, den lofzang versch gevonden,ter eere van de Bruid en die haar halen koomt,Ze stond gelijk een blom, ontloken, en de windenverspreidden overal den zoeten geur van haar:„Wie zal de plukker zijn, wie zal de schoone vinden,wie, wie,” zei iedereen, „wie wordt heur wederpaar?”
Guido GezelleDe bruiloftklokke luidt, 1893
Bekijk de bron
Geboorte & doop
Zijn tandelooze mondlacht lieflijk; ongewonnenzoo is het woord hem nog,en 't weten onbegonnenvan mannelijk verdriet,van vrouwelijk misbaar:een kerstekind en is 't,een borelingske maar.o Mochte 't, immer voort,eenparelijk verblijden;een borelingske zijn,dat lacht, ten allen tijden,zoo 't nu doet; onbewust,het muilke rood en rond,waarom zoo lustig lachtzijn tandelooze mond!
Guido GezelleHet borelingske, 1897
Bekijk de bron
Kerst & nieuwjaar
Waait mij nu zoetjes,o zuchtende wind;wiegt mij en douwt mijdat zuilende kind;speelt om zijn wichtelijkaanzichte en laatJesuken rusten: hetslapen nu gaat.Palmen, die roerende enwagende zijt,stilt om mijn kindeke uwtakken nen tijd;engelkes, zoetjes, ach,Jesuken wiltslapen: uw' tonge enuw' harpe nu stilt.
Kerst & nieuwjaar
Het jaar is uit-en tendengeleefd:van al zijne oudeellenden en heeftden last het ons ontgeven;het nieuwjaar heeft,van heden af aan,voor elk ende een,een schrede gedaan :wie zal 't tot tenden leven?
Kerst & nieuwjaar
Wie is 't, dat blijde en blondgehaardverschijnsel, dat, in 't groen getooid,met lichten terd voorbij mij vaarten looveren langs de lanen strooit?Wie helpt er 't lieve lentekruid,dat wegzit en verdoken al,ten boomgaarde en ter gersvodde uit,op 't hooge veld, in 't leege dal?Wie is 't, die uit den akker haalt't gepriemel van de koorenaar,die wakker wordt en zegepraalt?Wie is 't ? Wie is 't? Het jonge jaar.
Guido GezelleHet jonge jaar, 1897
Bekijk de bron
Kerst & nieuwjaar
Het oud jaar is gekist,genageld en begraven;en 't nieuwe, korts nadien,kwam schielijk aan te draven.Zoo 't oude was, zoo zalwaarschijnlijk 't nieuwe zijn,vervuld van koud en heet,van lieflijkheid en pijn.Een dingen wensche ik u,en mij en allen samen,het oude jaar en 't nieuwte doen, in Godes namen,van aan den eersten dagtot aan den laatsten tuk,een lange keten zijnvan christenweerd geluk.
Guido GezelleHet oud jaar, 1893
Bekijk de bron
Kerst & nieuwjaar
't Nieuwjaar! Och! 't is altijd 't oude:zitten beven van de koude;dan, deur slijke en moze gaan;later in de zonne braên,als het zwijn zit in de kuipe;'t keerske brandt al in de puipe;en, van zoo de winter fluit,'t keerske is dood, en 't jaar is uit!
Guido Gezelle't Nieuwjaar, 1893
Bekijk de bron
Pensioen & afscheid van het werk
Geen' heerdstêe nu,geen' kave, in 't dorp,of rook 'n laat ze puilenten avonde in,die nederdaalt.De vogels zijn gaan schuilen.Gaan schuilen nuook, meer als moe,gaan stillekens, benedenhun eigen dak,de menschen, methun afgewrochte leden.
Uitvaart & afscheid
Voorbij is, eer het woord voluitmijn tonge ontsnapt, het veêrgefluitdes vogels, die is verre en wijdvan hier, bijkans in géénen tijd.Voorbij, zoo vaart het stoom getuigzijn vechtend vier- en vonkgespuigde schenen langs, éen stonde, en isverdwenen in de duisternis.Voorbij zoo loopt een schaduw langsde stappen meê mijns wandelgangs,dóór 't onafmeetbaar veld, dat ikontgroenen zie van stik tot stik.Voorbij, zoo valt een striepken licht,een valsterre, over 't aangezichtdes hemels, en 'k en zie daarvangeen speur, eer zesse ik tellen kan.Voorbij o God, u uitgespaard,gaat 't al voorbij en tendenwaard,gaat al dat is of was voorbij:Gij zijt alleene en blijft God, Gij!
Troost & condoleance
Mijn hert is als een blomgewas,dat, opengaande of toegeloken,de stralen van de zonne vangt,of kwijnt en pijnt en hangt gebroken!Mijn hert gelijkt het jeugdig groen,dat asemt in den dauw des morgens;maar zwakt, des avonds, moe geleefd,vol stof, vol weemoeds en vol zorgens!
Guido GezelleMijn hert is als een blomgewas, 1893
Bekijk de bron
Pensioen & afscheid van het werk
Blijft nog lange, o oude bonke,staan daar, van den wulgentronke,staan en, bij den waterboord,dragen jonghout, immervoort!Wij zijn 't jonghout, die op de oudekoppen staan, wier menigvoudewortels uit den moederschoothalen ons het daaglijksch brood.
Guido GezelleDe oude kopwulge, 1897
Bekijk de bron

12 van 24 teksten getoond

Af en toe nieuwe teksten

We voegen regelmatig gedichten en verzamelingen toe. Laat je e-mailadres achter, dan laten we het je weten.

Vrijblijvend. Eén korte mail per nieuwe verzameling, verder niets.

Maak er een kaart van

1080 × 1080 px, Instagram-post.

Gemaakt in je browser. De afbeelding vermeldt organictext.com; de woorden zijn publiek domein.